TEXEL


Groepsverblijf "Breemhoeve" • André en Lia Bakker
Hemmerweg 22 • 1797 RC DEN HOORN (TEXEL) • tel. 0222-319247

De Breemhoeve staat ±1 km ten noorden van het dorp Den Hoorn in de nabijheid van bos, duin en strand.
Het met 2 ANWB sterren gewaardeerde groepsverblijf is geschikt voor 32 personen en heeft 2 slaapzalen met elk 8 stapelbedden en 1 met 2 stapelbedden. Er is een eetzaal met zithoekje, tv., video, radio en cd speler. De open keuken is geschikt voor zelfverzorging en o.a. uitgerust met: koelkast en koelvriescombinatie, twee koffiezetapparaten, 10 gaspitten op aardgas, pannen, servies en bestek. Verder 3 wasgelegenheden met in totaal 4 toiletten, 2 urinoirs, 5 douches en 10 wastafels met warm en koud water. Er is een recreatieruimte met zithoek en 1 tafeltennistafel. Het hele gebouw is voorzien van centrale verwarming. Iedereen is verplicht 1 slaapzak (of dekbed), kussensloop, onderlaken en theedoek mee te nemen. Alles is gelijkvloers en in 1 gebouw, er zijn geen andere gasten in het groepsverblijf. Huisdieren in overleg, dit melden bij reservering.
Rondom de boerderij zijn o.a. gelegen: een boerenschuur met zithoekje, een terras, trampoline, twee schommels, een voetbalveldje en een volleybalveld. Konijnen, en kippen zijn er natuurlijk ook. Het oppervlak van het hele terrein is ±5000m².


 

 

Route naar de Breemhoeve

Van de TESO-boot naar de Breemhoeve gaat U het beste meteen bij het tweede stoplicht
linksaf (richting Den Hoorn) en dan rechtsaf de Watermolenweg op.
Aan het eind gaat u linksaf de Hoornderweg op . Aan het eind gaat u rechtsaf de Westerweg op en tot slot de 1e weg rechsaf na 100m is de boerderij aan de linkerkant.

TEXEL IN HET KORT

Het Gouden Boltje

Texel, het enige Noord-Hollandse waddeneiland en bijgenaamd 'Het Gouden Boltje', heeft een landoppervlakte van 16.000 ha. De grootste lengte is 25 km en de gemiddelde breedte 8 km. Maar de gemeente Texel zelf is een stuk groter, namelijk 58.500 hectare, waarvan 42.500 ha Wadden- en Noordzee.
Van Texel, dat in 1415 stadsrechten kreeg, wordt wel gezegd dat het 'Nederland in het klein' is. U vindt er een grote variatie aan landschappen, zoals duinen, bossen en polders, knusse dorpen en een gemoedelijke bevolking.

Inwoners en dorpen

Op het eiland Texel wonen ongeveer 13.450 inwoners die verspreid zijn over zeven dorpen en het buitengebied. Den Burg, het centrale dorp met circa 6900 bewoners, is verreweg het grootste. Dan volgen in volgorde van grootte: Oosterend (circa 1.400), Oudeschild (1.275), De Cocksdorp (1.250), De Koog (1.220), Den Hoorn (965), en De Waal (400). Verder kent Texel de buurtschappen Oost, Zevenhuizen, Midden-Eierland, Zuid-Eierland, Molenbuurt, Spang, De Westen, Driehuizen, Zuid-Haffel, Westergeest, 't Horntje en Nieuweschild.

Veerdienst

Texels Eigen Stoomboot Onderneming
Veerhaven 't Horntje is de 'maingate' voor Texel. De in 1907 opgerichte Texels Eigen Stoomboot Onderneming (TESO) onderhoudt deze voornaamste verbinding met het vasteland. Dit gebeurt met twee dubbeldeks veerboten, de 'Schulpengat' (1991) en de 'Molengat' (1980). Een nieuwe veerboot, de 'Dokter Wagemaker', komt in 2005 in de vaart.
De overtocht per veer wordt door het rijk niet erkend als zijnde openbaar vervoer. Dat betekent dat de tarieven beduidend hoger liggen dan bij veerdiensten naar de Zeeuwse eilanden. Ondanks dat is de toename van het toerisme op Texel mede te danken aan het meegroeien van de vervoerscapaciteit van de TESO met de stroom toeristen.

Dienstregeling

Volgens de normale dienstregeling vertrekt er elk uur van 06.00 tot 21.00 uur een boot vanaf Texel. De afvaarten van Den Helder zijn elk uur van 06.30 tot 21.30 uur. De overtocht duurt ongeveer 20 minuten. Op zon- en feestdagen begint de dienst, afhankelijk van het seizoen, één of twee uur later.
Bij grote drukte kan er een korte wachttijd ontstaan. In zulke situaties wordt met twee boten een halfuursdienst gevaren. Actuele informatie hierover is te vinden op pagina 723 van NOS-teletekst, op pagina 801 tot en met 805 van TexelText en op de TESO info-lijn.

DEN HOORN

Het zuidelijkste dorp van Texel ligt aan de rand van een uitgestrekt duingebied en is in het voorjaar omringd door bloeiende bollenvelden. Het witte kerkje aan de rand van het dorp is misschien wel het meest gefotografeerde kerkje van Nederland.

HEDEN EN VERLEDEN

Dit zuidelijkste dorp met het markante kerkje ontstond na 1398, nadat de nederzetting De Oude Hoorn tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten door de Hoeksen was verbrand. Het huidige dorp ontstond op één van de keileemopduikingen, 't Klif, en lag aan de zuidoostzijde aan zee. De bevolking was in die tijd voor het levensonderhoud aangewezen op landbouw, veeteelt en in belangrijke mate de visserij. De schapen van de 'duinboeren' graasden in het uitgestrekte duingebied rond het dorp. Naarmate men meer grond ging inpolderen namen landbouw en veeteelt een belangrijker plaats in. In de 17e en 18e eeuw bevoeren de Nederlandse handelsvloten de wereldzeeën en ontstond ook in Den Hoorn een nieuwe bestaansbron; het beloodsen van schepen. Hoe belangrijk dit loodswerk voor Texel was, blijkt uit het feit, dat in 1781 in Oudeschild 122, in Nieuwe Schild 45 en in Den Hoorn 99 loodsen woonden. In 1783 werden bij Texel nog 1805 schepen beloodst. Aan deze bestaansbron kwam vrij snel een einde na de aanleg van het Noord-Hollands kanaal (1819 - 1824) en het Noordzeekanaal (1865 - 1875). Bovendien werd in het midden van de 19e eeuw voor het zeegat van Texel een rijksloodsdienst ingesteld. Nu getuigen alleen nog de naam "Loodsmansduin" en enkele loodshuizen in de Herenstraat van dit voor Den Hoorn zo belangrijke beroep. Enkele tientallen jaren na het einde van de particuliere beloodsing vond een aantal inwoners van onder andere Den Hoorn een nieuwe bestaansbron: de bloembollencultuur. Omdat in die tijd de waterhuishouding nog niet optimaal was, waren aanvankelijk alleen de hoger gelegen gronden, de streek langs de duinen bij Den Hoorn, geschikt voor deze teelt. In het voorjaar bloeien nu nog op tientallen hectaren met name de felgele narcissen, een product, waarvoor de omstandigheden op Texel uitermate gunstig zijn. De Hervormde kerk, het beroemde witte kerkje, werd in het begin van de 15e eeuw gebouwd op de plaats van een houten kapel, die in 1409 was afgebroken. De kerk was gereed in 1425 en werd 25 jaar later voorzien van een toren. Later ging deze toren tevens dienst doen als baken; ook nu nog is de toren voorzien van een drietal lampen ten behoeve van de scheepvaart. In de 17e eeuw werd het koor afgebroken en vervangen door een rechte muur. Het jaartal 1646 in de muurankers herinnert hieraan. De torenklok van de kerk werd gegoten in de 15e eeuw. In de Tweede Wereldoorlog moest de klok worden ingeleverd bij de Duitse bezetter. Hij werd met nog 200 andere klokken verscheept. De schipper liet echter bij Urk zijn schip zinken en na de oorlog zijn alle klokken weer geborgen. Het is opvallend dat het kerkje buiten het centrum van het dorp ligt. In het verleden lag het echter wel midden in het dorp, Den Hoorn was toen veel groter. Toen de zeevaart sterk verminderde, kwamen veel huizen leeg te staan, waarna deze werden gesloopt. Nabij Den Hoorn ligt 't Horntje, de plaats waar sinds 1962 de veerboten aanleggen. In dit buurtschap zijn twee nationale wetenschappelijke instituten gevestigd. Duidelijk zichtbaar vanaf de veerboot is het NIOZ, het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Even verderop ligt het Instituut Alterra (voorheen IBN), het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek.
 

HISTORIE VAN HET EILAND

Texel staat bekend als een veelzijdig eiland dat voor elk wat wils biedt. In de algemene brochures over Texel worden weliswaar veel aspecten van het eiland aangestipt, maar meestal niet verder toegelicht. Vaak schuilen hier echter heel interessante verhalen achter.

Ontstaan van het eiland


Het landschap van Texel wijkt sterk af van dat van de andere waddeneilanden, die voornamelijk uit zand- en duingebieden bestaan. De belangrijkste oorzaak is het verschil in bodemopbouw, maar de activiteiten van generaties bewoners hebben hier ook zeker toe bijgedragen.
In het geologische tijdperk het Pleistoceen, dat duurde tot tienduizend jaar geleden, wisselden ijstijden en warmere perioden elkaar af. Gedurende één van deze koude perioden - het Saalien - werden Twente, Zuid-Drenthe, Zuid-Friesland, Wieringen en Texel bedekt met landijs afkomstig uit Scandinavië. Het met dit landijs meegevoerde keileem, een mengsel van leem, keien en grind, werd door het ijs opgestuwd en bleef na afloop van deze ijstijd achter. De Hoge Berg is het meest duidelijke voorbeeld van zo'n opstuwing. In dit gebied komen ook veel grote keien in de bodem voor. Een zwerfkei van enorme afmeting is te zien voor de NJHC-herberg op De Hoge Berg.
In de daarop volgende ijstijd, het Weichselien, bereikte het ijs ons land niet, maar heerste er wel een bar klimaat. Grote hoeveelheden materiaal verstoven en werden op de ondergrond afgezet. In het daarop volgende tijdvak - het Holoceen - werden de laagten tussen de oude keileemopduikingen en het opgestoven dekzandpakket opgevuld met zeeklei. Dit oudste gedeelte van het huidige Texel beslaat globaal de streek tussen Den Hoorn, Den Burg, Hoge Berg, De Waal en Oosterend. Dit gebied wordt nu nog het 'oude land' genoemd.
Aan de Noordzeezijde ontstond in de loop van de 13e eeuw een boogvormige reeks van duinketens, van de Hors in het zuiden tot De Koog in het noorden. Ten noorden van het toenmalige eiland Texel lag het eilandje Eijerland, dat voornamelijk uit duinen bestond.

Cultuur

Onder andere door de relatief geïsoleerde ligging van het eiland zijn op Texel een eigen dialect en diverse specifieke gebruiken ontstaan. Veel gebruiken zijn inmiddels verdwenen, maar andere zijn nog springlevend. Vooral in de winter is er veel activiteit op cultureel gebied; er zijn bijvoorbeeld meer dan tien amateurtoneelverenigingen actief.

Ouwe Sunderklaas

Een voorbeeld van zo'n springlevende traditie is 'Ouwe Sunderklaas' dat elk jaar op 12 december door de Texelaars gevierd wordt. De kinderen gaan 's middags, de ouderen 's avonds verkleed en gemaskerd de straat op om op humoristische wijze zaken aan de kaak te stellen die in dat jaar op het eiland voorgevallen zijn. Hiervoor worden borden met tekst gebruikt en wordt om herkenning te voorkomen met verdraaide stem gesproken. Na dit zogenaamde 'speulen' wordt het feest tot in de kleine uurtjes voortgezet in de cafés. Oorspronkelijk vond het feest in de huiskamers plaats; alleen in De Cocksdorp gebeurt dit tegenwoordig nog. Het ontstaan van Ouwe Sunderklaas wordt gezocht in de Germaanse midwinterfeesten, die gevierd werden om demonen te verdrijven en de lange donkere winteravonden te onderbreken. Slechts de naam zou afgeleid zijn van het Sinterklaasfeest.

Meierblis

Elk jaar op 30 april worden tegen zonsondergang op diverse plaatsen op Texel de zogenaamde 'Meierblissen' aangestoken. In de weken voorafgaand hieraan wordt door kinderen brandbaar materiaal verzameld. Het bijeengebrachte materiaal wordt op 30 april aangestoken, waarbij de aanwezigen rondom het vuur staan en aan ijzerdraad geregen aardappelen poffen. De kinderen smeren elkaar met roet in. De 'Meierblis' vormt een vreugdevuur, waarmee de komst van de lente en het licht gevierd wordt. 'Blis' is het Texelse woord voor vuur.

Ouwe Sunderklaas

Een voorbeeld van zo'n springlevende traditie is 'Ouwe Sunderklaas' dat elk jaar op 12 december door de Texelaars gevierd wordt. De kinderen gaan 's middags, de ouderen 's avonds verkleed en gemaskerd de straat op om op humoristische wijze zaken aan de kaak te stellen die in dat jaar op het eiland voorgevallen zijn. Hiervoor worden borden met tekst gebruikt en wordt om herkenning te voorkomen met verdraaide stem gesproken. Na dit zogenaamde 'speulen' wordt het feest tot in de kleine uurtjes voortgezet in de cafés. Oorspronkelijk vond het feest in de huiskamers plaats; alleen in De Cocksdorp gebeurt dit tegenwoordig nog. Het ontstaan van Ouwe Sunderklaas wordt gezocht in de Germaanse midwinterfeesten, die gevierd werden om demonen te verdrijven en de lange donkere winteravonden te onderbreken. Slechts de naam zou afgeleid zijn van het Sinterklaasfeest.

Dialect

Van oorsprong wordt op Texel dialect gesproken. Texelaars spreken overigens niet van Texel, maar zeggen 'Tessel'. Ook een woord als deksel wordt uitgesproken als 'dessel'. In het 'Tessels' zijn invloeden uit diverse vreemde en oude talen merkbaar. In de gezegden in Texels dialect, de zogenaamde sééggies, valt vooral de invloed van de schapenhouderij en de visserij op. Zo zegt men bijvoorbeeld van iemand die doelloos heen en weer loopt, dat "Hee lóópt os een mál skéép" (Hij loopt als een mal schaap). Tegenwoordig wordt het dialect nauwelijks meer gesproken.

Klederdracht

De Texelse klederdracht bestond voor vrouwen uit een jak, een lange geplooide rok en een Texelse kap. Voor de mannen heeft eigenlijk geen echte klederdracht bestaan; men kleedde zich op dezelfde manier als de mannen elders in het land. De Texelse kap bestaat uit een oorijzer met daarover kant, dat aan de onderzijde geplooid is. Afhankelijk van de rijkdom van de eigenaresse was het oorijzer van tin, zilver of goud. De versiering van de kap bestond uit aan beide zijden zilveren of gouden zijnaalden en kapspelden. Bovendien werden aan beide zijden van het voorhoofd 'toertjes', kunstlokken van mensenhaar, bevestigd. Tenslotte werd de voornaald op het voorhoofd aangebracht; bij gehuwde vrouwen links en bij ongehuwde vrouwen rechts. In het midden van de 18e eeuw werden op Texel al kappen gedragen. Pas later werd het grote oorijzer aan de kap toegevoegd. De Texelse klederdracht wordt al lang niet meer gedragen. Alleen in de Oudheidkamer en tijdens de folkloristische markten in het zomerseizoen is nog te zien hoe men zich in vroeger tijden kleedde.